APF oplossing voor verplichtgesteld BPF

- door het splitsen van nieuwe opbouw en liggende aanspraken

 

Ook zonder nieuwe wetgeving kunnen verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen in het algemeen pensioenfonds (APF) de toekomstbestendigheid vinden die ze zoeken. Namelijk door toekomst en verleden te splitsen. Ofwel: door nieuwe opbouw onder te brengen bij een BPF en liggende aanspraken bij het APF.

Splitsing: interessant en relatief simpel

Het APF werd in 2016 wettelijk ingevoerd als alternatief voor pensioenfondsen die op zoek zijn naar een bestendige toekomst. Het verplichtgestelde BPF werd er echter voor uitgesloten. Toch kan ook het APF een alternatief bieden voor een verplichtgesteld BPF.

Namelijk door het splitsen van de pensioenopbouw en aanspraken in toekomst en verleden. Dat kan. Pensioenopbouw uit het verleden heeft namelijk geen verplichtstelling meer nodig; toekomstige opbouw wel. Hiermee is instappen in een APF een reële optie. Wat levert dit op? De kans om aanzienlijke kortingen te voorkomen, naast een eenvoudigere oplossing van eventuele verschillen in grondslagen en fors lagere transactiekosten.

Juridisch perspectief

De wet schrijft voor dat werkgevers pensioenpremies afdragen voor werknemers die in bepaalde bedrijfstakken werkzaam zijn. Ze moeten zich daarvoor aansluiten bij een verplichtgesteld BPF. Er zijn echter geen aparte regels voor aanspraken en rechten die op grond van verplichtstelling zijn verworven.

Het is mogelijk de opgebouwde aanspraken en het bijbehorende vermogen te splitsen van de toekomstige opbouw, die elders wordt ondergebracht. Als dit gebeurt, en er dus ook geen premie meer betaald wordt voor het slapende bestand van premievrije aanspraken, is er geen verplichtstelling meer nodig. Als de toekomstige opbouw is ondergebracht bij een ander BPF (die zijn verplichtstelling uitbreidt) kan het opgebouwde vermogen voor de premievrije aanspraken worden overgedragen naar een andere pensioenuitvoerder, zoals het APF.

Voor de overdracht van de bij het BPF opgebouwde aanspraken en rechten naar een andere uitvoerder zijn daarom alleen de regels van de Pensioenwet van toepassing. De Pensioenwet eist dat in geval van liquidatie er collectieve waardeoverdracht plaatsvindt naar een andere pensioenuitvoerder. Maar dat hoeft niet een ander (verplichtgesteld) BPF of een verzekeraar te zijn. Ook een APF komt ervoor in aanmerking. Juist het APF biedt dan de unieke mogelijkheid van ‘ringfencing’. De belangen van de deelnemers zijn daarbij geborgd in een afzonderlijke kring.

Voordelen in de praktijk

Op drie punten heeft het inbrengen van de opgebouwde aanspraken en het bijbehorende vermogen in een APF belangrijke voordelen ten opzichte van bijvoorbeeld in een ander BPF.

1. Korting ineens door dekkingsgraadverschil

Een van de laatste maatregelen die een pensioenfonds ter beschikking staan, is het doorvoeren van een eenmalige korting. Er zijn voorbeelden waarbij dekkingsgraadverschillen bij het instappen in een ander BPF kortingen van 5 tot 10 procent zouden vereisen. Dit is niet alleen ingrijpend voor de deelnemers, maar ook lastig uit te leggen.

Het APF biedt de mogelijkheid om de korting niet direct door te voeren en de tijd te benutten zoals we dat kennen in bijvoorbeeld een herstelplan. Simpelweg kan het vermogen met de lagere dekkingsgraad instappen in het APF in een eigen kring. Deze optie, het instappen in een eigen kring, is expliciet door de wetgever mogelijk gemaakt voor fondsen in onderdekking. De belangrijkste uitdaging, het dekkingsgraadverschil, wordt hiermee direct opgelost.

2. Korting ineens door grondslagenverschil

Een BPF is gefocust op een specifieke bedrijfstak. Hierdoor zie je vaak verschil in grondslagen tussen de BPF’en. Zo zal de populatie van een BPF voor de zorgsector een andere samenstelling kennen dan het BPF voor de bouw. Denk alleen al aan het percentage vrouwen versus mannen. Het samengaan van twee BPF’en betekent dan ook automatisch een herverdeling op het gebied van grondslagen. Dit heeft de nodige impact. We zien in de praktijk verschillen ontstaan tussen de 2 tot 3 procent van de voorziening.

Door de mogelijkheid van ringfencing die een APF in een eigen kring biedt, blijft de populatie solidair met zichzelf. Deze kring kan in principe de eigen grondslagen hanteren.

3. Korting ineens door gedwongen verkoop van beleggingen

Een van de kostbaarste aspecten is de transitie van het vermogensbeheer en de specifieke aandacht die hierbij uitgaat naar de illiquide beleggingen. Dit zijn beleggingen die niet op korte termijn liquide te maken zijn, en die bij gedwongen verkoop tot hoge kosten kunnen leiden. We zien in de praktijk dat sommige BPF’en alleen toetreding faciliteren van een cash-transitie, om nadeel voor de bestaande deelnemers te voorkomen. Daarmee wordt het andere fonds bij een overgang gedwongen om versneld de beleggingsportefeuille te verkopen. De kosten hiervan kunnen soms oplopen tot meer dan 100 basispunten.

Ook het APF streeft standaardisatie na, zo ook in het vermogensbeheer. Maar bij het APF is het (tijdelijk) instappen in een eigen kring eenvoudiger en is er de mogelijkheid om de beleggingen door de tijd heen te verkopen. Ook is het bijvoorbeeld mogelijk gebruik te maken van ‘crossing’, waarbij portefeuilles van verschillende partijen met elkaar worden gewisseld zonder additionele kosten. De praktijk laat zien dat bij toetreding tot een APF zo aanzienlijke kosten voor alle partijen bespaard kunnen worden.

Communicatie en andere overwegingen

Toegegeven, communicatie met deelnemers over een gesplitste opbouw is niet ideaal. Nieuwe online-technieken ondervangen dit bezwaar echter grotendeels. Zo kunnen wij de deelnemer één eenvoudig totaalinzicht bieden. Daarnaast moet het fonds goed nadenken over het borgen van de risico’s rond het ‘geen premie, wel recht’-principe. En over de toekomstbestendigheid van een gesloten regeling. Tegelijkertijd zien we dat diverse BPF’en een premiedekkingsgraad vragen die ver onder de huidige dekkingsgraad ligt. Herverdeling van opgebouwde aanspraken naar nieuwe opbouw is daarmee aan de orde van de dag. Ook vanuit dat perspectief zou het splitsen weleens in het belang van de opgebouwde rechten kunnen zijn.

Kortom

Voor een verplichtgesteld BPF zijn er geen juridische bezwaren tegen het overbrengen van opgebouwde aanspraken naar een APF. Wel levert het praktische voordelen op. De belangrijkste is dat aanzienlijke kortingen voor de deelnemer te voorkomen zijn. Bij elkaar kunnen de verschillen in dekkingsgraden en grondslagen en de hoge transactiekosten soms kortingen nodig maken van 8 tot 14 procent. Om deze en de andere genoemde redenen is het onderbrengen van het gesloten fonds in een eigen kring bij een APF een goed alternatief. Dat bovendien direct uitvoerbaar is en daardoor thuishoort op de besluitvormingstafel van BPF’en en hun stakeholders

APF oplossing voor verplichtgesteld BPF
3 stem(men)

NAAR BOVEN